1.2 De geschiedenis van de Arbowet

Het heeft lang geduurd voordat de Nederlandse overheid zich bemoeide met de

arbeidsomstandigheden. Arbeidsomstandigheden werden gezien als een zaak

tussen werkgever en werknemer.

Sommige werkgevers hebben hier lange tijd ernstig misbruik van gemaakt. Zij

lieten hun werknemers hard en lang werken voor weinig geld.

Aan het eind van de negentiende eeuw werkten zelfs kleine kinderen in

gevaarlijke en ongezonde fabrieken.

Vaak moesten ze voor een hongerloon 14 uur per dag werken.

Het kinderwetje van Van Houten moest hier in 1874 een einde aan maken.

Het idee was goed, maar de uitvoering niet, want er was geen controle op. In

1919 kwam daar verandering in. Toen werd de Arbeidswet ingevoerd en een jaar

later werd de Arbeidsinspectie (Inspectie SZW) ingesteld met drie inspecteurs.

Naast het verbod op kinderarbeid werden er in de Arbeidswet de werk- en

rusttijden geregeld. Tegenwoordig staan deze regels in de Arbeidstijdenwet. In

1934 werd de Veiligheidswet in het leven geroepen. Deze wet gold met name

voor fabrieken, werkplaatsen, land- en tuinbouw en de binnenvaart. Er werden

regels in vastgelegd voor de omstandigheden waaronder gewerkt mocht worden.

De veiligheidswet regelde zaken die te maken hadden met veiligheid, gezondheid

en hygiëne.

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet) van 1981 is in de plaats van de

Veiligheidswet gekomen.